“Opgeruimd staat netjes,” zou mijn moeder gezegd hebben!

Ik herhaal: Mijn eerste blogs schreef ik hier – op web-log.nl en toen kwamen er verbeteringen maar, na meer dan een halve eeuw in Sydney had ik last met de technische uitleg en mijn blogs waren verp… (Niet zoals ze geweest waren.

Nu het mij wat duidelijker is hoe het moet (90% begrijp ik het) zie ik dat dit verhaal (hier onder) verkeerd zat en in de knel. 

Via facebook, heb ik pas kort geleden vernomen dat Stuart overleden is. (Het zou mij niets verwonderen als dat kwam door zijn life-style.)  Zo jammer. Die man had VEEL talent. 

Stuart 

Ik las in 'Gelukkig met Vrienden", van Janke Greving, over: oude vrienden opzoeken, via het internet. 

 Zo zocht ik daarnet even naar Stuart (Of was het nu, Stewart? dacht ik)  en ik ben bang dat ik zijn bericht van overlijden gevonden heb. Ik hoop van niet. 

(Ik weet nu dat dat WEL zo was. – 22 juli, 2010) 

Maar ik lees: 

10 september, 1992. Leeftijd 50 jaar. Opgegroeid in de Riverina, het gebied ten zuiden van Sydney. Die gegevens zouden kloppen.  

Ik heb ook gezocht naar een plaatje om hier bij te zetten en dat wil ook niet lukken. 

- Je hebt soms van die dagen. – Ik heb duizenden foto's. Een paar honderd dia's. Veel negatieven. 8 mm films die ik niet meer bekijken kan. Ik WEET dat hij op mijn films staat en ik kan foto's voor me halen die ik van hem heb.

 Deze vriendschap begon, in het jaar dat ik terug kwam naar Sydney, uit Bourke. Ik mocht terug naar Sydney en werd overgeplaatst naar een school die ik (bijna) zelf mocht kiezen. Want ik begon een cursus. Het werd: Art Teachers Conversion Course genoemd. Het doel was om van basisschool leerkrachten kunstleraars te maken.  

4 avonden per week. 4 weken in de grote vakantie. Vier jaren lang was die cursus. Ik heb het niet afgemaakt. 

.

Stuart kon veel beter schilderen dan ik. Hij nodigde me een keer uit voor koffie. Hij woonde in een flat, dicht bij Coogee Beach. 

In de jaren 1969-1971, stapte ik nogal eens in mijn volkswagentje, als Sydney op Zaterdagmiddag of Zondagmiddag weer helemaal doodstil was en maakte dan een ritje langs mijn favoriete stranden. En dan belde ik nogal eens bij hem aan. <br/> 

Hij deed dan de deur open met zo'n elegante zwaai van de arm. Ik kreeg dan koffie in een beker die een beetje naar afwasmiddel rook. 

We zaten dan graag te praten en te roddelen over ons werk. Want hij stond natuurlijk ook voor de klas op een basisschool. Niet ver van mij vandaan, in Maroubra Junction.  

Aan zijn muren hingen zijn schilderijen. De grootste waren van naakte mannen. Gebaseerd op de tekeningen die wij moesten maken voor de cursus. Die mannen lagen dan allemaal over elkaar heen. Dat waren dus combinaties van de verschillende tekeningen van individuele 'models', in onze 'live drawing classes'. 

Alles was bij Stuart heel netjes. er was zelfs een net potje, in het toilet, voor de poes. 

Sommige mensen die 'gay' zijn doen net alsof zij het niet zijn. Sommige doen juist overdreven dramatisch. Stewart was daar tussen in. 

Natuurlijk deed hij aan toneel. Natuurlijk maakte hij veel gebaren met zijn handen als hij iets vertelde. En natuurlijk had hij een manier van zich uitspreiden op de bank. Hij droeg zeer kleurrijke shirts (bloezen) die hij zelf ontworpen en gemaakt had. Op zijn balkonnetje, hingen, op die zaterdag of zondagen meestal zijn onderbroeken te drogen. 

 Wat zijn manier van schilderen betrof, werd het vaak (ook door hijzelf) gezegd dat ze te 'chocolate-boxie' waren. Dat wil zeggen. TE realistisch. 3D. Maar hij had duidelijk talent. <br/> <br/> In 1971 had ik genoeg van die cursus. Veel te veel uren om dan uiteindelijk op de middelbare scholen kunstles te geven, in -toen – veel gevallen aan kinderen die het onderwerp kozen omdat andere vakken te moeilijk waren. 

 Ik had het ook veel te veel naar mijn zin op de basisschool waar ik toen werkte. En concentreerde me dus liever op promotie, in het basissysteem. En dat lukte. 

 Stuart maakte de cursus af. Werd overgeplaatst naar het Tamworth District, als Art Advisor en later las ik ergens in een krant dat hij werkte als set designer, voor DE bekendste theaters in Sydney. 

Misschien heb ik de verkeerde. Maar ik lees (vrij-vertaald): 

Zijn kleder, Stewart Xxxxxxx, zoals altijd, was een vaste burcht. "Door hem bleef ik gezond van geest gedurende het gehele seizoen  (van de show: Les Miserables, in het Theatre Royal, van Sydney).<em> Ik ben hem heel erg dankbaar," zegt -de zeer bekende Australische acteur-, die een tekening van zichzelf als Javert, gedaan door Stewart met trots aan zijn muur heeft hangen." 

En….de enigste andere gegevens die ik vind, via Google, betreffen het overlijden van een man van de juiste leeftijd, uit de steden waar mijn vriend vandaan kwam, in 1992. Geeft een beetje triest gevoel, dat ik hem nooit meer ontmoet heb. 

30 mei 2006

22 July 2010
By on 01:03
Mijn Engelse vrienden.

Dit bericht schreef ik meer dan 5 jaar geleden. In the boek: Gelukkig met Vrienden van Janke Greving, wordt uitgelegd dat ik in een situatie ‘zit’ (letterlijk) die me hier aan de computer vastbindt.
Eerst werd de Alzheimers van mijn moeder steeds erger en daarna ook de gezondheidstoestand van mijn vader. En, zonder dat ik het merkte, kwam ik hier terecht, in wat ik nu vaak mijn ‘nursing station’ noem. Ik vul de uren tussen de tijden van de dag dat ik de medicijnen van mijn vader verzorgen moet. 

 Stop hem dan in een tehuis, zegt men. Hij gebruikt jou te veel,zegt men. 

Ja! Makkelijk zeggen. Maar het doen, is wat anders!

Mijn virtuele vriendschap met Dorothy (Dot), uit Engeland begon al vxf3xf3r ik hier kwam te zitten. Ik stond nog voor de klas. Zat ‘s nachts veel te lang aan het internet. (En mijn leerlingen WISTEN al wanneer ik weer eens niet lang genoeg geslapen had.)

Zo vond ik nu bijna 9 jaren geleden, op een nacht Dorothy. Ook een onderwijzer(es).

 Ook voor haar was het internet nieuw en zij was op een Nederlandse website terecht gekomen waar je pen (e-mail-)vrienden kon zoeken. Zij spreekt of schrijft helemaal geen Nederlands. Ik heb al jaren geleden eens onze e-mail afgedrukt en aangezien wij regelmatig eens per week (op het weekeinde) elkaar vertelden wat er allemaal weer op school en thuis gebeurd was, had ik werkelijk genoeg pagina’s voor een behoorlijk dik boek. Dus dat zouden ondertussen wel 3 boeken kunnen zijn. We hadden eigenlijk alleen “school”  gemeen. Ik ging wat eerder met pensioen. Daarna Dot en daarna Ian, haar man (geen onderwijzer). 

Dot en Ian hadden ook al snel hun eigen website: “The River Thames and Boaty Things”. Nu: “Floating down the River” Gedurende onze jaren van e-mail-correspondentie zijn hun dochters verloofd en getrouwd. Toen zij eenmaal allebei gepensioneerd waren, staken zij het Noordzee Kanaal over en voeren door de waterwegen van Frankrijk

Dorothy zorgde er eerst voor dat haar kennis van de Franse taal wat beter was. Het jaar daarna, staken zij weer het Kanaal over en vaarden via Belgixeb door Nederland, tot bovenin, in Friesland. Dat vonden zij zo’n mooie tocht, dat zij het een jaar later weer overdeden. Vooral de eerste keer, leefde ik vol spanning met hun mee en, waar ik kon, gaf ik wat advies over betekenissen van woorden enz..

Niet dat zij dat zo nodig hadden. Het leuke was dat ik, via email, mijn nicht en haar man, in Gouda, kon vragen, per e-mail of zij Dorothy en Ian wilden ontmoeten. Dat hebben zij gedaan en ook nog een rondleiding door mijn geboortestad gegeven. Ook leuk was, dat, ondertussen mijn dochter in Parijs een baantje gevonden had en zodoende best wel af en toe eens naar Nederland kon. 

Zo is mijn dochter, met de trein naar Friesland gegaan en heeft daar een dagje bij Dot en Ian op Harts Content gezeten. Ook hebben zij door de stad gewandeld, waar het mijn dochter opviel hoeveel keer de naam Postma (De meisjesnaam van mijn moeder) op deuren aangegeven stond.

In juni, j.l., hebben Dot en Ian mij opgewacht bij Waterloo Statation, waar ik met de eurostar kwam en zij hebben met mijn rond de Thames gewandeld en ja, we hebben in de trein gezeten (De Underground). Dus maar een paar weken voor de ontploffingen.De volgende dag heb ik OOK op de achterbank van Harts Content gezeten, net zoals mijn dochter toen in Friesland. 

Maar deze keer was het op de Thames, in de omgeving van waar de Harts wonen (Tilehurst/Reading). Wat een fijne dag. Wat een aardig, rustig stel, die twee. Wat een ‘team’. 

Onder bruggen door en door sluizen heen; aanleggen. Alles deden zij samen, zonder veel te hoeven te zeggen. Er was chardonnay, er waren lekkere dingen te eten. Het was prachtig weer. En ik voelde me als Prins Joop, op hun boot.

Na 9 jaren met elkaar wekelijks, schriftelijk, lief en leed te delen waren we eindelijk vanaf maandagmiddag, tot woensdagmorgen bij elkaar. In juli, 1997, nam ik een busreis, door engeland, Wales, Ierland en Schotland. In het hotel, aan het begin van die tocht werd ik toen gebeld door Dorothy.

 Haar commentaar was toen: Ja. Je hebt dus toch werkelijk een Australisch accent. 

Ze legde uit hoe ik zou kunnen zien wanneer de bus voorbij haar omgeving zou rijden. Jammer genoeg was de reisgids niet erg behulpsaam, zo gedurende de eerste twee uren van de reis, vanuit Londen. Deze keer was het dus heel anders. 

Heel fijn!! 

Mijn dochter had het al gezegd en zij had gelijk Dot en Ian lijken veel op onze buren. 

Ik was voorbereid. 

Wat zou het fijn zijn als ZIJ nu eens naar Sydney kwamen. Wat zou het fijn zijn, als ik dan een boot huurde en Ian aan het stuur kon zetten op de Hawkesbury River. Ik weet zeker dat ook zij zouden genieten!
—————-
( 22 oktober, 2005 – Dorothy heeft mij laten weten dat Ian overleden is. Een week of twee na mijn bezoek, werd er kanker gevonden.)


By on 00:24

Groeten uit Sydney. (De vriendin van mijn zoon laat U Darling Harbour zie.)


By on 00:07
Joop Mul wint eerste prijs. Schilderij gebaseerd op illustratie van George van Raemdonck.

Opgegroeid met het boek: Alleen Op De Wereld. 1940 editie. Vertaald door A.D. Hildebrand. Het boek: Sans Famille van Hector Malot. Door mijn moeder voor gelezen meer dan eens, in de jaren rond 1950. Meegenomen naar Australixeb, in 1956.


16 July 2010
By on 22:31
Oude vrienden kwamen naar mijn expositie/verjaardag.

Het was 8 oktober. Het was 2008. Het was mijn verjaardag en ik opende mijn eerste expositie. 62 schilderijen.
Bij de gasten behoorden Hans Tiller en Terry Turner en er is een leuke foto gemaakt door mijn zoon of dochter van wij drie oude vrienden, gezellig in gesprek, met glas in hand.
Hans en ik kwamen naar Sydney als kinderen van immigranten. Ik in 1956. Hans in 1957 en we kwamen in het zelde ‘hostel’ (kamp/opvang centrum/vorig leger onderdak) terecht en op de zelfde middelbare school.
Terry was mijn beste vriend, op die school. Terry was mijn echte "Australische" vriend.
Het was pas toen zijn moeder, enige jaren geleden (pas) in een bejaarden tehuis terecht kwam, dat zij (eindelijk) aan hem uitlegde dat zijn vader (ook) en immigrant geweest was uit een van de landen in centraal Europa!!
Mijn expositie:

U mag meezingen met: Lang zal hij leven! (Ik!!!!! hoor de stem van Hans er boven uit.)

27 July 2009
By on 22:53
geselecteerd als gefixeerd bericht

Myrl en Alan, sinds 1967.
Hier onder, wil ik vertellen over vrienden die ik ken en gekend heb. Het valt mij op dat de eersten waar ik aan dacht mannen zijn. Toch heb ik niet gelogen, in het boek van Janke Greving (Gelukkig met Vrienden.)

Dit hoorde bijMijn ‘dagboek: Hier In Sydney

(Dat, jammer genoeg, niet heelhuids is overgekomen, met de verhuizing. Ik lucht mijn hart nu, in joopmul bij punt nl.)
—000—

Om zo maar eens ergens te beginnen. In 1967 werd ik als onderwijzer naar een z.g. One-Teacher School gestuurd, 9 uur rijden, in mijn kevertje van Sydney vandaan. Halfweg tussen Sydney en Adelaide en dan nog 51 km, langs een zandweg van de stad,Hay,vandaan.
Mocht U daar nog nooit geweest zijn, denk dan aan de plaatjes die U misschien gezien heeft van het landschap op de maan.
Er was daar niets! Ik had 22 leerlingen tussen de leeftijd 6 en 15. er was geen stroom. Er was geen water. Electriciteit van machinetjes en water, uit de regentonnen, ALS! het geregend had.
Het commentaar van mijn moeder was toen: “Hoe kunnen zij nu een jongen ‘vers uit Nederland’, daar naar toe sturen.” (Ik was dan toen wel al 12 jaar in Australixeb. Maar ze had natuurlijk wel gelijk, dat ik helemaal niet gewend was om met de bewoners van dat gedeelte van Nieuw Zuid Wales om te gaan. Ik was water uit kranen gewend. En knopjes waar je licht mee aan kon zetten.
De ‘inspecteur’, had de directeur van de basisschool gevraagd zich te ontfermen over de jonge leerkrachten die rond hem heen naar dat soort gehuchtjes gestuurd waren.
Zo leerde ik dus Myrl en Alan kennen en zo was ik verleden week weer even bij hun op visite, nu in Newcastle, 38 jaar later.
En onze vriendschap begonnen eind januari, 1967, is nog steeds zo fijn en zo sterk.

Alan was in 1967 ongeveer 40. Myrl 37. Ik was 24. Hun kinderen waren 11 en 9. En het werd routine dat ik op Vrijdag de school precies op tijd verliet en zo hard mogelijk naar de stad reed.
Je mocht daar toen nog zo hard rijden tussen dat gehuchtje en de stad, als je kon. Maar de weg moest regelmatig weer glad gemaakt worden en zodoende waren er bijna altijd z.g., side-tracks van side-tracks oftewel omweggentjes langs de stofweg, door de velden.
Meestal kwam ik dan, dik onder de stof, net op tijd, de bank binnen rennen om mijn ‘pay-cheque’, te incasseren.
Dan avond eten bij Myrl en Alan en dan gingen zij samen uit en paste ik op de kinderen tot zij weer thuis kwamen en ik het donker weer inging. 51 k.m., met niets om me heen.
Voor mij waren deze twee lieve mensen een uitkomst gedurende 1967 en deze nachtmerrie. Terwijl zij, geloof ik, nog nooit eerder echt een immigrant zo goed gekend hadden.

Een paar jaren later werd hun zoon ernstig ziek. Hij was 14 maar kreupel, alsof hij 90 was. Specialisten in een ziekenhuis, hier in Sydney hebben toen met nieuwe medicijnen gexebxperimenteerd en hem weer gezond gemaakt.Myrl en Alan voelden zich nooit op hun gemak in Sydney, waar zij toch wel een paar jaar gewoond hadden, toen zij pas getrouwd waren. Ik kon hun ‘terug-betalen’ door hun zoon veel te bezoeken en op weekeinden op te halen uit het ziekenhuis, toen dat eenmaal toegestaan werd.

Verleden week was ik even bij Myrl en Alan en wij zaten achterbuiten, in de zon, met uitzicht over huizen en tuinen van Newcastle, richting het strand van Merewether.
Het is al eens meer gezegd dat, als zij misschien hier om de hoek woonden het niet zo zou zijn. Maar zo eens in de ongeveer 10 maanden dat ik weer een reden heb om naar Newcastle te rijden, vind ik het heerlijk om bij deze vrienden op visite te gaan. Zij hebben er een handje van om alles ‘speciaal’ te maken.

———–1 augustus, 2006:Alan is enige weken geleden, overleden. Hier heb ik over verteld, in mijn log, joopmul, bij punt nl.

15 November 2006
By on 03:00
Mijn ‘andere moeder’.

Vandaag moest ik mijn dochter even brengen naar Kensington. Nee. Niet in Engeland maar ‘onze’ Kensington. Terwijl zij daar bezig was reed ik even naar Kingsford en belde aan bij Dot Potter. Wat was dat eventjes fijn en wat had ik dat eventjes hard nodig. Ik heb in mijn Toch Vrienden web-log uitgelegd hoe ik op een Zaterdagochtend met een (Australisch) vriendje naar de Dans Studio van Bob Potter ben gegaan, in ongeveer 1960. Hij ging nooit meer. Maar ik had het daar naar m’n zin en het was zo leuk dat ik op het laatst ook zo veel keer bij Dot en Bob Potter thuis was, dat Dot me vaak voorstelde aan mensen als haar ‘derde zoon’. Wat was dat leuk vanmiddag! De zelfde leeftijd als mijn ouders en nog zo helemaal zelfstandig. Zo lief en zo verstandig.In de foto hier-boven geeft zij duidelijk les aan deze jongen in de ‘Pride of Erin’ en ik zal deze foto genomen hebben, ook begin jaren 60. Toen ik m’n eigen zwart-witte foto’s afdrukte.

Een jaar of zo geleden was ik nog even in Maroubra Junction. Op de achtergrond het gebouw waar vroeger de dans studio was. Na dat Bob Potter al heel veel jaren geleden overleden was aan een hart infarct, in Melbourne (Daar voor een stijldans competitie.), heeft de oudste zoon Robert Potter daar nog dansles gegeven en daarna ook nog de jongste zoon, Douglas.

Douglas is daarna, met zijn vrouw, Sue, een studio begonnen, in West Ryde. Nu steekt er, ineens, een heel groot, flatgebouw bovenuit, waar wij vroeger dansten. De voorkant van het gebouw, beneden, is behouden.

Nu alweer minsten 3 jaar geleden, nadat ik 20 kg kwijt was (Maar al lang weer gevonden.) heb ik de studio van Douglas en Sue opgezocht en ging daar weer een poosje naar de klassen.

Er was een brand. Maar nu vertelde Dot me dat zij weer terug zijn in die studio. Toen ik weer naar die dans-klassen ging heb ik deze web-pagina’s gemaakt voor Sue en Doug Potter.

16 April 2006
By on 23:19
Een-soort-zusje-vriendin.

Een jong gezin kreeg, in 1954(?), in Gouda, een flat toegewezen en mijn ouders wilden daar best wonen. Zodoende ruilden zij hun woning voor die flat en leerden die twee gezinnetjes elkaar kennen. Allebei de gezinnetjes bestonden uit twee ouders en xe9xe9n kind en zo komt het dat dit meisje en ik in die eerste foto samen muziek maakten. Zij zingen. Ik spelen. (“Altijd is Kortjakje ziek, zal het wel geweest zijn, denk ik.)
De vaders gingen samen naar een inlichtingen avond. Het ging over hoe de zon altijd scheen in Australixeb en hoe er goud lag op de straat, of zoiets. Er woonde familie van familie in Applecross, bij Perth en daar zouden we naar toe gaan, was het plan.
Ondertussen gingen de twee gezinnetjes vaak samen uit. Op de brommers naar Den Haag en ook met z’n zessen, op vakantie. Daarom heb ik het rokje en jakje van het meisje aan.

Dat is dan ook wel de enigste keer van mijn leven dat ik zo gekleed ben gegaan.
In april, 1956, vaarden we met de Johan van Oldenbarnevelt, door de Middelandse Zee, via het Suez Kanaal, en door de Indische Oceaan, naar Freemantle, bij Perth waar er geen werk was, voor onze ouders en zo kwamen wij, uiteindelijk, via verschillende kampen, oftewel migrant hostels, weer bij elkaar terecht in zo’n hostel in Matraville, in het zuiden van Sydney.
Op het schip deelde het meisje en ik een cabine. Ik sliep boven. Zij beneden. Zo hoort het! Onze ouders hadden geruild met een echtpaar dat terugkeerde naar Australixeb. Onze ouders deelden zodoende een kajuit(?) en het meisje en ik die van ons met de man en vrouw die terug naar Nederland waren geweest, op vakantie. Via verschillende kampen, oftewel migrant hostels, kwamen de twee gezinnetjes terecht in Matraville. Eerst nog in het ‘hostel’ daar en daarna deelden wij een oud huis.
Verleden jaar was zij op visite, uit Nederland en wij zijn naar het parkje gegaan waar in 1956 dat monument, oftewel kanon stond. We probeerden een foto te nemen op die zelfde plek. Het parkje is er nog. Het kanon niet meer en ook kwam de foto niet duidelijk uit. Jammer! Toen onze ouders alle vier hard moesten werken om hun nieuwe leven op te bouwen, in Sydney, had ik het gevoel alsof ik wat verantwoordelijk was voor dit jongere soort ‘zusje’. Of dat in werkelijkheid zo was zal wel een grote vraag zijn. Wat ik mij vooral herinner van die jaren is dat zij gelukkig een kinderziekte kreeg en dat daarom de ouders besloten een t.v. te kopen. Dat vooral eens per week we allemaal er voor gingen zitten om naar I Love Lucy te kijken. (Ik heb vaak gezegd dat onze moeders een beetje een zelfde soort relatie hadden als ‘Lucy’ en ‘Ethel’. Haar moeder durfde nogal wat. Had lol in ergens op uit te gaan en mijn moeder, ongeveer 15 jaar ouder, deed altijd wel mee.) ‘sMorgens, voor school keken zij en ik naar ‘Crusader Rabbit’ en ook naar ‘The Mouseketeers’. Wat een invloed op ons leven! Zij zat op de basischool, een paar straten verderop. Ik zat op de middelbare school, behoorlijk ver weg. Tegen onze ouders spraken wij Nederlands. Tegen elkaar, in dezelfde conversatie, Engels. Haar ouders misten Nederland. Zij gingen terug. Maar na enige tijd kwamen zij toch weer (met hebben en houwen, is geloof ik de uitdrukking) terug naar ons huisje in het zuiden van Sydney. Zij was toen behoorlijk veranderd. Was geen klein meisje meer.
Het huisje werd verkocht en de twee gezinnetjes gingen naast elkaar wonen, in spiksplinternieuwe flats. Zij deed aan allerlei leuke dingen mee. Was niet zo erg tevreden met haar middelbare school. Had een goede vriendin en ging met haar toch maar weer ens kijken, als oudere tieners, hoe het in Nederland was.
Toen zij niet snel genoeg terug kwam, gingen haar ouders achter haar aan en ze zijn in Nederland gebleven. Ik logeerde in 1997 bij hun. We zijn een dagje uit geweest in Den Haag. Merkte dat er toch nog steeds een klein beetje dat broertje-zusje gevoel was. Hebben ons een aap gelachen om de smakelijke verhalen van haar moeder.
In 2004 was zij op vakantie, hier in Sydney. Kwam weer met die vriendin waarmee zij in 1967 ‘eventjes’ was gaan kijken hoe het in Nederland was. Ik heb haar op mijn ‘nostalgia tour’ genomen. Dat was ik mijn ritje langs de kust gaan noemen dat ik zo veel gedaan heb met visite uit Nederland en elders. Langs waar wij vroeger gewoond hebben; waar we naar het strand gingen; waar we op school zaten, enz.. Het verschil was deze keer dat ik met de persoon was die meegemaakt had waar ik anders steeds over vertelde.
Natuurlijk stopten we in dat parkje, tegenover waar vroeger de eerste Australische kennissen woonden, en waar vroeger dat kanon stond. We bezochten haar basisschool en de overbuurvrouw van vroeger. Dat was een grote verrassing voor die vrouw en erg leuk voor ons.
Twee maanden geleden was ik weer in Nederland, bij haar moeder. Zij was niet 100% na een vakantie reisje in Egypte. we hebben wel gezellig met z’n driexebn gegeten. ( Haar vader is overleden. Mijn moeder ook. Mij vader was hier in Sydney.) Dus drie uit de zes nog even bij elkaar.
Terwijl zij naar haar werk was heb ik een paar keer haar flat bezocht, om haar computer te gebruiken en via het internet te vertellen over mijn belevenissen. Ik heb fijn wat drop gepikt, uit haar keuken.

20 August 2005
By on 05:24
Vriendinnen

Heintje zong:

“Eens ben je meer dan mijn vriendinnetje
Eenmaal kies ik jou als mijn bruid
Koop dan voor jou een kasteel
Waar ik alles met je deel
Eenmaal komt ook voor ons het sprookje uit”….

Hieronder heb ik verteld over de vriendschappen, met vrienden, terwijl in het boek van Janke Greving het juist uitgelegd wordt hoeveel ik in mijn leven met vrouwen te maken gehad heb, vooral omdat ik, als onderwijzer, 37 jaar veel meer met vrouwelijke collega’s te maken had dan met mannen.
Het valt mij trouwens op dat behalve de vriendschap met Rick, ik weinig met andere onderwijzers echt vrienden geweest ben, terwijl ik een onderwijzeres trouwde.

Om weer aan het begin te beginnen, een vriendinnetje, om de hoek, in de Walvisstraat, was Diny, een beetje een vriendin, maar verliefd in de klas was ik op Annelies en later op Ria (Die met ons naar de boot kwam om afscheid te nemen.)

Twee vriendinnetjes waren zusjes Imme en Karin, die ik ‘sochtends ophaalde, aan het einde van onze straat (singel) en waar ik mee naar school liep. Vaak arm-in-arm met Karin.

Op de middag voor mijn terugkeer naar Sydney, aan het einde van mijn vakantie in Gouda, in 1997, liep ik naar de plek waar vroeger de woon-ark lag, waar Imme en Karin in woonden, aan de dijk en ging daar op een bankje zitten. Er kwam een meisje een praatje maken en tegen mij opscheppen dat zij OOK naar Australixeb had gevlogen (want zij had eens in een vliegtuig gezeten).

In mijn gedachten was ik in een scxe8ne, van een film, (zoals Rainman). Je weet wel. Je ziet eerst een man van mijn leeftijd (Toen 54.) op zo’n bank zitten en met een kind met blond haar praten en dan ben je 44 jaar terug en ziet een jongetje van 9 of 10 het pad oplopen naar de ark, om zijn vriendinnetjes op te halen.

Toen ik dit, terug in Sydney mijn collega’s vertelde, moesten ze lachen en zeiden dat ik blij moest zijn dat de politie er niet bij gehaald was omdat ik daar met dat kind zat te praten en naar het water en de koeien te kijken.

En Vader Abraham zong:
“Die ene herinnering, die zal ik bewaren
‘t Is een moment heel diep in m’n hart
Die ene herinnering die blijft al die jaren
‘t Is een geheim hier diep in m’n hart’

De vriendschap met Imme en Karin was geloof ik al over toen ik een keer voorbij liep en zij aan het touwtje-springen was met vriendinnetjes en zij zongen:
“Imme. Heb jij je Jopie lief?

Ik had met die twee het gevoel dat ik ze moest beschermen. er kwam een keer, onderweg naar huis, een zigeuner jongetje op ons af en wilde vechten. Gelukkig kwam er net een politieagent op een fiets aan rijden en het gevaar was voorbij. xc9xe9n van de eerste korte verhaaltjes die ik op de kweekschool probeerde te schrijven was hoe ik een keer met Imme tegen een sterke wind inliep waar we amper tegenop konden.

Ik wist dat zij van hogere stand waren dan wij. Want ik mocht een keer in de ark eten en dat deden zij met vork en MES! Er stond Ir op het naambordje, aan de voordeur.

17 August 2005
By on 04:00
Lang, lang geleden…….

Daar zit ik, naast Tony(?) den Uyl. Haar broer, Niek was 3 jaar ouders dan ik. Wij waren behoorlijk goede vrienden. Ik herinner me hoe er een gat in de muur was, tussen onze huizen, onder de trap, in de kast. Dus, met een touwtje en twee busjes, hadden wij een huis telefoon.
Ik mocht nogal eens ook bij de buren slapen. (Ik neem aan dat dit mijn ouders de kans gaf om uit te gaan. Er is een fotootje van Niek en mij bij het ‘kikkerbad’. Ik mocht een paar keer mee in de vrachtwagen van zijn vader, Niek Sr., naar de bloemenveiling. Dat was iets bijzonders. Echt in een auto zitten en dan de veiling bij te wonen.
Ik was in juni 2005 in Gouda en kocht met mijn dochter bloemen, dichtbij het station. Ik vroeg de bloemist of hij van de vader van Niek en Tony gehoord had. Ik vond het fijn dat, jawel, hij had van die bekende Goudse bloemist gehoord.

8 August 2005
By on 07:14